Inleiding
DE KUNST VAN HET VREEDZAAM VECHTEN
Inleiding
Vrede en vrijheid
De mens wordt vrij geboren, en overal ligt hij in ketenen.
(Rousseau 1977, boek i, 1)
Deze gevleugelde woorden van Rousseau uit de achttiende eeuw drukken vrijheidsverlangen uit, maar ook verontwaardiging. Dat verlangen was toen natuurlijk niet nieuw. Wel nieuw was de gedachte dat het verlangen volstrekt gerechtvaardigd was. Ook nieuw was de verbinding ervan met de claim van gelijkheid voor alle mensen. Wij worden ten onrechte gekneveld en eronder gehouden — daar moet een einde aan komen. Wij hebben een natuurlijk recht op vrijheid en dat recht is ons ontnomen, zo was de door Rousseau verwoorde stemming. De wil om dat weer recht te zetten, heeft tallozen na hem gemotiveerd.
De geest van de Franse Revolutie, waarin de ideeën van Rousseau een hoofdrol speelden, is nog niet gedoofd. Overal ter wereld zijn er bewegingen van mensen die hun als natuurlijk ervaren recht op vrijheid opeisen. Zij accepteren geen dictaten meer van autocraten, laten zich niet meer in hun kaste opsluiten of werpen hun sluiers af. Zo manifesteert deze geest zich ook in de beroemde rede van Obama in Caïro uit 2009, waarin hij nieuwe generaties in opkomende landen aanmoedigt om hun eigen vrijheidsverlangens serieus te nemen en het heft in eigen hand te nemen.
Vrijheid kun je ook anders beoordelen. Eeuwenlang zijn aardbewoners er in uiteenlopende beschavingen van uitgegaan dat vrijheid helemaal niet zo positief is, dat wij aan eeuwige geboden en verboden gebonden zijn en dat kennis van de natuurlijke orde der dingen mensen juist hun plaats wijst. Er is een oeroude vrees voor de mogelijk desastreuze gevolgen van een algehele ontketening van mensen. De ene vrijheid lokt de andere uit, en waar blijven we dan? En ook gelijkheid is gevaarlijk: daar komen altijd gevechten en narigheden uit voort.
Zijn vrijheid en gelijkheid wel louter positieve waarden? Als moderne mensen zijn wij aan beide idealen min of meer verslingerd. De zoektocht waarvan we in dit boek verslag doen, heeft ons echter tot de conclusie gebracht dat het traditionele idee dat gelijkheid gevaarlijk is, toch het meest in overeenstemming is met de feiten. Wij mensen zijn vanuit onze afkomst, zowel natuurlijk als cultuurlijk, niet de gelijke van de ander, maar eerder voorbestemd voor hiërarchie en ondergeschiktheid. In de natuur heerst de alfaman en elke culturele traditie is een verticale orde. Bovendien heeft die oorspronkelijke vrijheid die Rousseau wilde herstellen, nooit bestaan. De ‘natuurmens’ had niet zo veel opties. Wat wij als moderne mensen nastreven, is daarom ongekend en ‘tegennatuurlijk’. Het is dus ook riskant.
Toen we onze zoektocht begonnen, was die niet gericht op het vinden van de voorwaarden voor vrijheid of gelijkheid, maar hadden we iets anders in het vizier, namelijk de voorwaarden voor vrede. Het geweld waarmee we in allerlei vormen blijvend geconfronteerd worden, of we willen of niet, laat ons al jaren niet los. Het boek Met alle geweld (Achterhuis 2009) was een expeditie naar de bronnen van geweld. Dit nieuwe boek, De kunst van het vreedzaam vechten, is een zoektocht naar de bronnen van beteugeling van geweld.
Nu heeft geweldbeteugeling van alles te maken met vrijheid en ook met gelijkheid, maar het is helaas geen positief verband. Het ideaal van vrede staat sinds mensenheugenis op gespannen voet met dat van vrijheid en gelijkheid. De hiërarchieën en verboden waren altijd dammen tegen het uit de hand lopen van conflicten.
Dat betekent – gelukkig – niet dat onze moderne idealen onverenigbaar zijn met vrede. Onder specifieke voorwaarden zijn vrede en vrijheid combineerbaar. Naar die voorwaarden gaan we hier op zoek. De mensheid is sinds enkele eeuwen verwikkeld in een uniek historisch experiment, namelijk de poging om vormen van conflictbeheersing te vinden met een minimum aan hiërarchieën en verboden. Die manier van samenleven is, om met Jan Romein te spreken, een afwijking van het Algemeen Menselijk Patroon. Dat experiment lijkt nog aardig te lukken ook, want wij hebben ontdekt dat moderne samenlevingen niet gewelddadiger zijn dan traditionele. Integendeel zelfs.
Dat laatste was een verrassing voor ons. In een eerste proeve van een inleiding van dit boek, in 2011, schreven we nog dat de twintigste eeuw de meest gewelddadige eeuw uit de geschiedenis was. Dat leek ook begrijpelijk vanuit de eerder opgedane inzichten in de bronnen van geweld. In moderniserende samenlevingen zijn die bronnen in sterkere mate aanwezig en werkzaam. Ons grondidee was toen dat in moderne samenlevingen weliswaar de traditionele beschermingswallen tegen geweld worden gesloopt, maar dat dit experiment vanwege de nieuwe vrijheden en mogelijkheden de moeite waard is en dat we ons deze luxe kunnen permitteren, omdat we tegelijkertijd allerlei nieuwe soorten wallen hebben uitgevonden die lang niet zo onderdrukkend zijn als de oude. Zo wilden wij een lans breken voor die nieuwe beschavingsvormen en tegelijk de risico’s in kaart brengen teneinde ze te reduceren.
De verrassing bestond eruit dat allerlei empirisch materiaal uitwijst dat moderne samenlevingen tot nu toe niet gevaarlijker, maar eerder veiliger zijn gebleken (zie hst. 8, 10 en 14) en dat bijvoorbeeld de twintigste eeuw — zélfs de eerste helft ervan — minder gewelddadig was dan veel eeuwen ervoor. Hoe kan dat?
Geregeld spel
In dit boek gaan wij de belangrijkste moderne beschavingspraktijken waaraan die geweldbeteugelende effecten zijn toe te schrijven, in kaart brengen, met de pretentie daarmee de aanzet te geven voor een nieuwe moderniseringstheorie. In deze theorie worden moderne beschavingsvormen geïnterpreteerd als vreedzame vechtstrategieën. Moderne samenlevingen laten zich beschrijven als netwerken van uiteenlopende soorten speelvelden waarop de spelers slechts kunnen functioneren als ze collectief beschikken over een gedegen training en een sportieve mentaliteit. Een zestal typen speelvelden zullen we vanuit dit perspectief analyseren. Op die velden wordenvreedzame vechtkunsten beoefend.
De oude maatschappelijke velden waren strak ingedeeld met muren en hekwerken, waarbinnen ieder op de hem of haar toegewezen plaats weinig ruimte had. De aanleg van de nieuwe, open velden heeft vele eeuwen gevergd, maar heeft ons allemaal een flinke speelruimte verschaft. Niemand kon in het verleden bevroeden hoeveel vrijheden moderne mensen zich ooit zouden kunnen veroorloven. Er is niets mis mee om die vrijheden ook te vieren.
Maar zoals gezegd is de verbinding van vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend: het blijft een moeizaam evenwicht dat steeds weer hervonden moet worden. Het is belangrijk om het besef levend te houden dat deze twee idealen ‘van nature’ op gespannen voet met elkaar staan. Een open speelveld kan zomaar tot slagveld worden.
Voor geweldbeteugeling hebben we – hoe je het ook wendt of keert – een vorm van onderschikking, dus van vrijheidsbegrenzing nodig. De vraag is alleen hoeveel vrijheid binnen die grenzen haalbaar is, en dat hangt weer af van de vraag in hoeverre die onderschikking een verticaal of een horizontaal karakter heeft. Verticale onderschikking is een onderwerping aan personen en instellingen die weinig ruimte bieden. Horizontale onderschikking daarentegen veronderstelt een abstract gezag met enkel formele procedures. Binnen het raam van die formele procedures is een veel grotere vrijheidsmarge mogelijk.
Maar die grotere vrijheid veronderstelt wel wederkerigheid bij de onderwerping aan die procedures. Zelfdiscipline volstaat niet, er is een collectieve discipline van gelijken vereist: als je in het verkeer netjes rechts houdt, vergroot dat je veiligheid alleen als de andere verkeersdeelnemers ook rechts houden. Die discipline levert voor ieder gelijkelijk een enorme vergroting van de mobiliteit, ofwel van vrijheid op. De vrijheden die we ons kunnen veroorloven in het maatschappelijk verkeer, staan of vallen eveneens met een dergelijke collectieve discipline. Spookrijders en valsspelers zijn daarin een storende factor, maar bedreigen het systeem niet zolang de overgrote meerderheid discipline toont.
Uiteindelijk pleiten wij in dit boek voor een formele, maar effectieve regulering. Ter wille van de lieve vrede hebben we afdwingbare regels nodig en ter wille van de vrijheid moeten die regels zo onpersoonlijk en formeel mogelijk zijn. Die regulering vergt onderhoud op straffe van vrijheidsverlies.
Vrijheidsverlies door ongedisciplineerdheid zien we dagelijks om ons heen. De Europese vermogensmarkten zijn lange tijd in het ongerede geraakt door een teveel aan activiteiten van ‘vrije jongens’, maar lijken de verlamming weer wat te boven te komen door reglementering van het Europese bankwezen. Daarmee wordt de belangrijkste vrijheid die vermogensmarkten bieden, namelijk de vrijheid om kredieten op te kunnen nemen, langzaam hervonden. Het vrije woord stokt in Nederland door te veel ongedisciplineerde deelnemers aan publieke debatten, waardoor het eigenlijke debat vaak niet meer gevoerd wordt.
Maar meer en meer worden dergelijke bijdragen buiten de orde verklaard. De wielersport is in het slop geraakt door een teveel aan valsspelers, maar er is een sanering gaande die het plezier erin terug moet brengen. Een aantal gevallen van onderzoeksfraude hebben het wetenschappelijke bedrijf in diskrediet gebracht, maar aanscherping van de regels en hogere eisen aan transparantie kunnen de geloofwaardigheid van onderzoekers vergroten en daarmee hun toegangswegen tot de arena van de publieke discussies verruimen.
Het bijstellen van regels houdt nooit op. Het is een organisch proces dat samengaat met praktische oefening in het hanteren ervan. Die combinatie van regulering en training vergroot uiteindelijk de vrijheid. Die vrijheid is niet zo gemakkelijk overdraagbaar. Het succes van dergelijke processen roept de pogingen op van anderen om deze vrijheidspraktijken over te nemen, maar dat valt bijna altijd tegen. De nieuwe vrijheden zijn niet ‘gratis’ verkrijgbaar, ze vergen oefening en onderschikking aan spelregels.
Slagvelden en speelvelden
Waar mensen zich in strak afgebakende culturele ruimten bevinden, lijkt het niet zo zinvol om hen naar moderne speelvelden te dirigeren; zij staan daar dan meteen op achterstand. Het levert bijvoorbeeld weinig positiefs op om democratische instituties te exporteren, zeker niet met militaire middelen, zoals vaak genoeg is gebleken. Maar er ontstaat een nieuwe situatie als de oude en nieuwe velden in elkaar over gaan lopen en als horizontale en verticale ordeningen in dezelfde ruimte tot gelding gebracht worden.
Als beschavingen op deze wijze botsen, is er niets op tegen om – in het belang van vrede – doelbewust het middel van de verleiding te gebruiken. De kracht van het moderne beschavingstype bestaat uit de mogelijkheid om de verlangens van mensen vrijer te laten stromen en minder in te dammen. De grootstedelijke voorbeelden van vrijere levensstijlen zoals informele omgangsvormen of vrije partnerkeuze, die mogelijk blijken te zijn zonder dat ze leiden tot het voorspelde onheil, missen hun uitwerking niet.
Die voorbeelden dempen de traditionele oervrees voor vrijheid. Ook zonder dat we onze vrijheidspraktijken promoten, worden ze overgenomen. Het promoten ervan lijkt overbodig en zelfs riskant vanwege de tegenkrachten die het kan oproepen en daarom moeten we in principe terughoudend zijn, maar het heeft toch een zekere urgentie voor zover het gaat om de vrede. Het is een kwestie van welbegrepen eigenbelang, om maar eens een ideologisch beladen term te gebruiken, om de voordelen van vrede over het voetlicht te brengen en dus ook de kunst van het vreedzaam vechten uit te venten, zonder andere culturele waarden aan te tasten.
Die verleidingsstrategie wordt ook vaak toegepast, met name binnen moderniserende samenlevingen zelf. In hoofdstuk 22 zullen we zien hoe er enkele decennia terug door Chinees regeringsbeleid doelbewust televisiebeelden van Amerikaanse huiskamers werden getoond om verlangens aan te wakkeren als prikkels tot modernisering. Dat er ook een protestbeweging uit kon voortkomen die in 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede is gesmoord, werd waarschijnlijk niet ingecalculeerd. Maar zeker is dat het medium televisie sterk bijgedragen heeft aan wereldwijde modernisering. Inmiddels hebben internet en sociale media dat nog flink versterkt.
De besmettelijkheid van het vrijheidsverlangen is erdoor vergroot. In 2013 kwam de videoclip Happy uit van de Amerikaan Pharell Williams, die niets anders uitdrukte dan een eenvoudig genieten. Het is een wereldwijde hype geworden. Overal maken mensen dansjes op deze muziek. Autoriteiten in Iran werden daar zenuwachtig van en arresteerden een groepje van zes dansende jonge mensen die hun geluksgevoel hadden uitgedrukt door te dansen op handen en voeten, waarbij de drie vrouwen onder hen hun haren vrijelijk hadden laten wapperen. De autoriteiten vreesden kennelijk besmettingsgevaar.
Vaak wordt aangenomen dat internet en sociale media een belangrijke bron vormden voor de Arabische Lente. Toch moeten de effecten daarvan niet overschat worden, want wat in de verte aantrekkelijk lijkt, kan niet zo snel gekopieerd worden. De hiervoor vereiste collectieve discipline is niet op afroep beschikbaar. Het is duidelijk dat het vrijheidsverlangen onder jonge Egyptenaren groot was, maar even groot was de hang naar praktijken die thuishoren in een oude orde, die we verderop zullen aanduiden als een verticale beschavingsorde. De spreekkoren die opriepen tot het bloedig offeren van Moebarak en later van Morsi zijn daar voorbeelden van. Ook dat was besmettelijk. Te weinig jongeren waren voldoende gevormd door een modern open en tolerant klimaat om hieraan tegenwicht te bieden.
Er zijn wel overal vormen van tegenwicht werkzaam tegen dergelijke oude reflexen, waarin zondebokken en vijanden nog onmisbare bronnen van sociale cohesie lijken. Waar moderne speelvelden gecreëerd worden, verzwakken die reflexen. De hekwerken en muren op de traditionele velden kunnen eigenlijk pas gemist worden als de oude vijandbeelden voldoende gerelativeerd zijn. Als ze voortijdig gesloopt worden, rest ons niets anders dan te proberen mensen uit de dan ontstane slagvelden te lokken naar geciviliseerde speelvelden.
Zo treden duizenden leraren, sociaal werkers, agenten, vrijwilligers en anderen binnen onze landsgrenzen dagelijks op als veerkrachtige buffers tussen botsende beschavingen. Ze spelen een meestal onderschatte geweldbeteugelende rol en gebruiken daarbij meer of minder effectieve verleidingsstrategieën.
In hoofdstuk 1 zullen we als voorbeeld een immigrantengezin uit Gouda opvoeren, waarvan de ouders zich ernstig zorgen maakten over hun stelende zoon. Voor de zoon werd het speelveld van de school uiteindelijk belangrijker dan het slagveld van de straat. Zijn vakinhoudelijke interesse werd gewekt via een begripvolle docent en een stage deed de rest. In dit geval lukte het, zoals het veel gevallen uiteindelijk lukt. Ook de vorming op een ander speelveld heeft daaraan bijgedragen: de jongen ging voetballen en leerde daar samenwerken, spelregels respecteren en verlies incasseren. Dat voetballen vonden zijn ouders maar niks, maar ze waren trots toen hij gediplomeerd werd.
Van verleiding vanuit een speelveld in letterlijke zin kennen we nog een beroemd voorbeeld. Toen president Mandela als enthousiast supporter acte de présence gaf bij een belangrijke wedstrijd van het nationale rugbyteam van Zuid-Afrika, dat uit blanke spelers bestond, transformeerde hij het veld van een etnisch domein tot een open plek voor sportieve krachtmeting. Daarmee leverde hij een belangrijke bijdrage aan de modernisering van Zuid-Afrika.
Niet alleen de metafoor van het speelveld, maar ook die van het slagveld moet in dit verband soms in de letterlijke zin verstaan worden. Soms moeten mensen uit oorlogsgebieden weggelokt worden om aan de wurggreep van de haat te ontsnappen. In gebieden waar vijandbeelden heersen waar niet met redelijkheid tegenop te boksen lijkt, worden initiatieven ontplooid die mensen toch op andere sporen zetten of naar andere velden lokken. Er zijn bijvoorbeeld diverse gespreksgroepen waarin Palestijnse en Israëlische jongeren gezamenlijk nieuwe wegen zoeken, en er zijn ook ondernemers in bezette gebieden die hun producten en diensten aanbieden aan beide partijen.
Bij de term speelveld kunnen we — opnieuw in letterlijke zin — ook denken aan de ruimte waarop een muziekfestival plaatsvindt. Muziek kan, zoals uit de verwijzing naar de videoclip Happy al duidelijk werd, een grote verleidingskracht hebben. Vanuit dit besef is de succesvolle organisatie MasterPeace van de grond gekomen, waarin allerlei lokale vredesinitiatieven worden gecoördineerd en waarbij muziek als vredesinstrument wordt gebruikt door het organiseren van festivals overal ter wereld. Ilco van der Linde, de oprichter van deze mondiaal opererende organisatie, die in hoofdstuk 21 nog aan het woord komt, ziet muziek als een ‘wapen in de strijd om wereldvrede’. Hij wil onder andere met behulp van muziek mensen uit hun loopgraven weglokken en verleiden tot andere prioriteiten. Daarom wordt geprobeerd artiesten die afkomstig zijn uit tegengestelde kampen van conflicthaarden, op één podium te krijgen.
Als hekwerken en muren die mensen lang op hun plaats hebben gehouden, het begeven of dreigen te begeven, hangt veel af van de vraag of er aansprekende alternatieven zijn. De vraag is welke velden toegankelijk zijn en of de beschikbare velden aantrekkelijk genoeg zijn om daar ervaring en oefening op te doen en zo nieuwe vrijheden te verwerven die oude vijandbeelden doen wegebben. Tegenkrachten die nieuwe muren optrekken, zijn ook in opmars, maar de modellen voor een vreedzaam alternatief worden tegelijk steeds talrijker. Ons aller afkomst is een omheinde ruimte die vroeger een zekere mate van veiligheid bood, maar voor onze veiligheid kunnen we nu zonder, zelfs béter zonder.
Daarom eindigen we deze inleiding met een omkering van de beroemde uitspraak van Rousseau waarmee we begonnen:
De mens wordt in ketenen geboren, en overal lonkt de vrijheid.
Hans Achterhuis en Nico Koning
DE KUNST VAN HET VREEDZAAM VECHTEN
Een zoektocht naar de bronnen van geweldbeteugeling
Lemniscaat 2014
Inhoud
Proloog
De verloren vader
Inleiding
Vrede en vrijheid
Geregeld spel
Slagvelden en speelvelden
1 Leeswijzer
Deel i Botsing
Deel ii Beschaving
Deel iii Ontworsteling
Deel iv Modernisering
Deel v Traditie
Vredesonderzoek
DEEL I BOTSING
2 De mens als strijder
Strijd en saamhorigheid
Mensbeelden
Goden als strijders
Twee visies op de natuurstaat
Heraclitus
Machiavelli
Darwin: evolutie door strijd
De geest van Hegel
Einde van de strijd
3 Botsing door verschillen
Fukuyama en Huntington
Huntington en de hegelianen
Breuklijnoorlogen
De angst voor de ander
Multiculturalisme
De Amerikaanse identiteit
Identiteit en oorlog
Einde aan de godenstrijd?
Voorbij Huntington
4 Botsing van gelijken
Mimese
Spiegelneuronen
Mimetische begeerte
Een copernicaanse wending
Romaneske waarheid
Gyges en de gevolgen
Botsing onvermijdelijk
Oorsprongsmythen en oerverhalen
5 Strijd op drie fronten
Dringende vragen
Wapenwedloop
Menselijke gevechtskracht
Primaire en secundaire conflicten
Erkenning en mimese
Wedijver en worsteling
IJver en wedijver
Seksueel geweld
DEEL II BESCHAVING
6 De prijs van vrede
Vijf lagen
Ongelijkheid
Mannen en vrouwen
Gevaarlijke gelijkheid
Verboden
Het incesttaboe
Oervrees
Mimetisch geven
7 De prijs van broederschap
Zondebokken
Stereotypen
Matiging van de offerpraktijk
Een hogere vorm van beschaving
Strafrecht
Behoefte aan vijanden
Verticale orde
Volkswoede
8 Vroege beschaving
Uitdaging
Vijf toetsstenen
1 Gender en ongelijkheid
2 Structurele ongelijkheden
3 Hiërarchie en religie
4 Het offer van de zondebok
5 Externe vijanden
De heerschappij van de wraak
Uitgestorven
Een zesde toetssteen
Twee wijsgerige reuzen
9 Wat mythen vertellen
Betekenis van de mythe
Een hedendaagse bron van mythen
Een Bijbelse Heracles
Gilgamesj en Enkidoe
Drie mythen ontleed
1 Stikvallei
2 Milomaki
3 De oorsprong van de oorlog
DEEL III ONTWORSTELING
10 Ontheiliging van gezag
Horizontale orde
Protestreligies
Ongelijkheid als onrecht
Een slavenvolk
Het koninkrijk van God
De symboliek van het kruis
God is groter
11 Het perspectief van de zondebok
De derde etage
Openbaring
Offertheologie
Late doorwerking
Rationalisering en onthulling
12 Tragische lessen
Het lot van Omar
De zonen van Oedipus
De schuld van Oedipus
Schuldeloze misdaad
De wraak van roofdieren
Vergeefse offers
Oorsprongsmythen
De onschuldige zondebok
13 Verzwakking van verwantschapsbanden
Groepsidentiteiten
Ondergraving door rijken en staten
Ondergraving door de kerk
Centrifugale krachten
Vrouwen en verwantschap
Een stad waar vrouwen willen wonen
Liefdesgeschiedenis en liefdesmythe
14 Een stervende beschaving
Autopsie van een traditionele beschaving
Een dappere ridder
Salonheld en schrijver
De hofsamenleving
Het moderne beschavingsproces
Beschaafd gedrag
Vooruitgang?
De feminisering van de krijger
In gesprek met het verleden
De uitvinding van individu en natiestaat
Een democratische aristocraat
DEEL IV MODERNISERING
15 Macht en recht
Veilig vechten
Staat en recht
Bronnen van recht
De stem van Athene
Scheiding der machten
Onpersoonlijk en onafhankelijk
16 De vrede van de markt
Handel en roof
Geld en beschaving
Behoefte aan kaarslicht
Zes vormen van toe-eigening
1 Individuele productie
2 Huishouding
3 Toedeling
4 Schenking
5 Handel
6 Roof
Dominantie van de markt
Transformatie van de marktsfeer
1 Markt en individuele productie
2 Markt en huishouding
3 Markt en toedeling
4 Markt en schenking
Een beschermend huis
17 De waarheid betwist
Tussen gelijken
Oervader van de wetenschap
Parrèsia
Aardse waarheid
Falsificatie
Wetenschap in actie
Het wonder van de wetenschap
18 Sport
Achilles als scheidsrechter
Olympische en andere Spelen
Handel en sport
Sport en rechtspraak
Sportfilosofen en sporthelden
Sport en politiek
19 Sportief burgerschap
Mondig, maar gehoorzaam
Democratiseringsdruk
Stroomversnellingen
1 Staat en rechtsorde
2 Rechtsorde en markten
3 Staten en markten
4 Rechtsorde en wetenschap
5 Wetenschap en staat
6 Wetenschap en markt
Disciplinering
Horizontale discipline
Lof van de democratie
20 De antiautoritaire golf
Autoritaire persoonlijkheid
Consumptiemaatschappij
Huiselijke botsingen
Onderhandelingshuishouding
Nieuwe verhoudingen
DEEL V TRADITIE
21 De lange weg naar vrede
Heldendicht en roman
Strijd zonder doden
Strijden met wetten
Machiavellistische stichters
Moderne stichters
Waar te beginnen?
Het einde van de geschiedenis
Vertrouwen
De menselijke natuur
Het bouwen van een staat
Afscheid van het neoconservatisme
De weg naar een moderne politieke orde
22 Modernisering en verwestersing
Moderniseringstheorie
Kenmerken van modernisering
Kenmerken gewogen
De zuigkracht van het Westen
Botsing binnen beschavingen?
23 Verzet tegen modernisering
Omarming van de oude orde
Vormen van verzet
1 Rechtzinnig-religieus verzet
2 Conservatief verzet
3 Populistisch verzet
Heilzame en giftige mengsels
Antimodern of antiwesters?
24 De waarde van tradities
De moderniteit als utopie
De utopie van de begeerte
Mimetische schenking
Is begeerte legitiem?
Horizontale zelfbeperking
Epiloog
Cultuurkritiek
Oversteek in twee richtingen
Heldendom in twee varianten
De wereld in twee perspectieven
Dankwoord
Bibliografie
Register